1. Welkom op bladna.nl, het forum van Marokkanen in de wereld. Neem even de tijd om je in te schrijven en kom gezellig met ons praten.
    Dismiss Notice

Slechts weinig feministes in marokko en belgië vandaag doen het mernissi na

Topic in 'Marokkaanse vrouw' gestart door Delicious: 8 maart 2016.

  1. Delicious

    Delicious Ja ja, delicious!

    Lid sinds:
    19 oktober 2011
    Berichten:
    225
    Likes:
    97
    Op initiatief van Yamila Idrissi (sp.a) brengt het Kaaitheater vanavond een ode aan Fatima Mernissi. De Marokkaanse feministe, activiste en sociologe - die op 30 november overleed - schreef invloedrijke boeken en was een vernieuwende stem in het moderne islamdebat. Schrijver Hassnae Bouazza en historica Norah Karrouche schreven een persoonlijk portret.

    Begin dit jaar wandelde een studente mijn kantoor binnen met een exemplaar van Fatima Mernissi's Het verboden dakterras onder haar arm geklemd. De Marokkaanse feministe en sociologe was nog maar net overleden toen Manal enthousiast kwam vertellen over de plannen die ze had voor een werkstuk over Mernissi's autobiografie. In zo'n bron wordt de grens tussen feit en fictie flinterdun. Een eerstejaarsstudent toestaan om dat te analyseren is ook wel vragen om gedonder, maar ik besloot het een kans te geven.

    Zoals Manal zelfverzekerd kwam praten over haar plannen en voortgang, zo moet Fatima Mernissi dat misschien op een dag gedaan hebben toen zij aan de afdeling politieke wetenschappen van de Sorbonne bij een docent aan kwam aankloppen. Marokko en het tumultueuze politieke klimaat van het einde van het protectoraat en het begin van de onafhankelijkheid, waar tal van mogelijkheden voor haar generatie leken te liggen, had ze tijdelijk achter zich gelaten.

    Ze volbracht haar studies in de VS, een klassiek traject voor wie daar met talent, geld en wat geluk terecht kon, maar dan wel in het besef dat ze een vrouw was, geen man. Haar jeugd in een harem in Fez vormde haar niet alleen als persoon maar ook als intellectueel. In de jaren zestig keerde ze terug naar Rabat, waar ze doceerde aan de Université Mohammed V en zich ook engageerde in de publieke sfeer. Daar wist ze grenzen te overschrijden en taboes te doorbreken, zoals die over de positie van de vrouw, patriarchale regimes en seksualiteit. Voor Mernissi was het feminisme van vrouwen uit de Arabische en islamitische wereld onlosmakelijk verbonden met democratisering. Moeiteloos verbond ze die ideeën over democratisering aan vrouw zijn en het geloof, met behulp van rigoureuze analyses van hadith en Koran.

    Mernissi was een meester in het bedenken en ontwikkelen van metaforen in haar autobiografische en intellectuele werk. De harem en de sluier typeren haar oeuvre allicht het meest. Ze ontwikkelde ze om een maatschappelijke processen die speelden in Marokko historisch en sociologisch te duiden: man en vrouw, politieke leider en onderdanen, gescheiden en getroebleerd door een sluier. De harem als symbool voor het patriarchale karakter van de ruimere samenleving, Met behulp van die beeldvorming probeerde ze de mythes en vooroordelen te doorprikken die de sociale vooruitgang in Marokko volgens haar verhinderden.

    Misschien kreeg haar oeuvre meer bravoure doordat ze er tezelfdertijd meerdere publieken mee wist te bedienen: naar het westen toe destabiliseerde ze het stereotiepe beeld van de nederige en onderworpen Arabische vrouw, naar haar thuiswereld toe bekritiseerde ze vooral het patriarchale politieke systeem. Zelfs in haar autobiografie liet ze bepaalde passages herwerken al naar gelang het westerse of niet-westerse lezerspubliek. Eind jaren negentig schreef Mernissi een ietwat schertsend pamflet gericht aan haar Marokkaanse mannelijke medeburgers. Die poging tot verzoening van op het eerste gezicht incompatibele en tegenstrijdige ideeën en idealen had haar verdacht kunnen maken als intellectueel of activist, maar dat deed het niet. Ze genoot respect en aanzien van zowel academici als activisten, van zowel autoritair bestuur als een oppositie, wat ongewoon is.

    Voor mij was ze geen rolmodel, maar ik vermoedde wel voor iemand als Manal. Precies daarom plaatste ik Het verboden dakterras toch op de lijst voor de eerstejaars om uit te kiezen, omdat ze een figuur was die anders al te makkelijk onaangeroerd in de archiefdozen van de faculteit was verdwenen, omdat ze vrouw was, omdat ze redeneerde vanuit een denkkader dat de meerderheid van onze tijdgenoten vreemd was.

    De blijvende relevantie van Mernissi's werk, misschien zelfs dringendheid, zorgt ervoor dat ze nog steeds gretig wordt gelezen. Maar het zou me verbazen als haar naam een belletje deed rinkelen bij mijn nichtjes en neefjes in pakweg Molenbeek of Ksar-el-Kebir. Slechts weinig feministes in Marokko en België vandaag doen het Mernissi na en ik had graag verteld hoe zij ook op dat vlak onnavolgbaar was, maar in haar gedachtegoed werden klassenverschillen verscholen achter een dunne sluier.

    Fatima Mernissi's intellectuele bijdragen verdeelden haar vele en diverse lezers niet, ze verbonden juist. Dat was haar kracht. Of het haar belangrijkste nalatenschap is, zou ik niet durven stellen. Maar toen Manal een aantal weken na het overlijden van Mernissi mijn kantoor kwam binnenwandelen met die mémoire onder haar arm, voelde dat even wel zo aan.

    We ontmoetten elkaar in een Amsterdams hotel daags nadat ze de Erasmusprijs in ontvangst had genomen. Ik herinner het me nog levendig. Het was Ramadan en terwijl Fatima Mernissi de suiker in haar cappuccino roerde, voelde ik me slaapverwekkend braaf als trouwe vaster. Ze nam een hap van haar cantuccini en had die typisch onderkoelde glimlach op haar gezicht terwijl ze van wal stak. Geen moment gaf ze me het gevoel gaf een broekie te zijn. Ze was warm en belangstellend.

    Kort daarvoor had ik met haar samengewerkt aan een interview door Arnon Grunberg voor Vpro's kunst- en cultuurprogramma RAM en ook toen was ze een genot om naar te kijken met haar bijna verveelde antwoorden en nauwelijks onderdrukte sarcasme. Vooral het moment dat Grunberg The New York Times aanhaalt als ware het Gods woord ('maar het staat in de New York Times!') en zij geduldig reageert met de constatering dat de krant heus niet heilig is en je niet alles moet geloven wat een commercieel bedrijf beweert.

    Mernissi was een grootheid. Als islamitisch feministe had ze de toon gezet voor een vrouwelijke interpretatie van de Koran. Ze had weinig op met de onbetwistbare heiligheid van de hadith, de overleveringen van de profeet, en betoogde dat de ondergeschikte positie van de vrouw in de islam niet te rechtvaardigen was door de teksten uit de Koran.

    Het gaat niet ver Mernissi de Marokkaane Simone de Beauvoir te noemen. De Beauvoir stelde dat vrouwen niet als vrouw worden geboren, maar gemaakt worden, dus vrouw-zijn als sociale constructie, de vrouw als 'De Ander'. Mernissi vond dat de 'stille, passieve en gehoorzame vrouw' een constructie was van de oulama, de mannelijke theologen, om het patriarchale systeem in stand te houden.

    Haar theorie en ijver voor een vrouwelijke interpretatie van het islamitisch geloof vond en vindt nog altijd breed navolging onder veel vrouwen en activistes in de islamitische wereld die de juridische en maatschappelijke achterstelling bevechten met behulp van de religieuze bronnen.

    Ook in Europa zijn veel moslima's beïnvloed door haar werk en dat mag niet verwonderen. Het is, zeker voor wie worstelt met de persoonlijke ontwikkeling en culturele en religieuze loyaliteit, een verademing boeken en artikelen te lezen van een eloquente en intelligente vrouw die zich verdiept heeft in de materie en die je bevestigt in je diepste innerlijke strijd: dat vrouwelijkheid geen handicap is en het geloof geen excuus voor achterstelling. Dat alles zonder oordelend vingertje en met een goed gevoel voor de ontwikkelingen in de Arabische wereld: Mernissi wees als een van de eerste op de emanciperende invloed van satellietzenders in de Arabische wereld.

    Mernissi was er voor de vrouwen. Voor alle vrouwen. Ze was namelijk net zo hartstochtelijk over de schoondheidsmanie in het Westen die vrouwen subtiel onderdrukt door de dwang voor eeuwig jong en slank te blijven en ze wees de haat van het Westen voor de islamitische wereld af.

    God, wat had ik Mernissi's snedige humor nog mee willen maken in het huidige islamdebat. Zij had raad geweten met Westerse feministen die moslima's de wet denken voor te schrijven.

    Het is een troost te weten dat Mernissi ook bij leven op handen werd gedragen. De laatste jaren leefde ze teruggetrokken. Interviews wees ze af. Wie haar mening wilde weten, kon haar boeken lezen. En terecht. Die boeken zijn tijdloos en zullen nog vele moslima's de waardigheid geven waar ze zo naar talen.

    Bij haar begrafenis waren haar vriendinnen en medestrijders aanwezig. En zo heeft Mernissi zelfs na haar dood vele vrouwen als ik nog een waardevol geschenk gegeven: het taboe op vrouwelijke aanwezigheid bij begrafenissen doorbroken.

    Norah Karrouche, docent mondiale geschiedenis en antropologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
     
Laden...

Deel deze pagina